Mestwetgeving voor paardenhouders

Voor wie geldt de nieuwe mestwetgeving?
Paardenhouders vallen in principe onder de nieuwe mestwetgeving, uitgezonderd kleine bedrijven en hobbymatig gehouden dieren. Deze zijn vrijgesteld van veel administratie, echter krijgen wel te maken met regels ten aanzien van afvoer van mest (zie verderop in dit artikel).
Onder kleine bedrijven wordt verstaan:
- een maximale productie en of aanvoer van dierlijke mest van 350 kg stikstof per bedrijf, en
- de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond is niet groter dan 3 hectare
 
Indien de productie hoger is dan 350 kg N en de dieren worden volstrekt hobbymatig gehouden, dan vallen deze dieren buiten de administratieve verplichtingen van de mestwetgeving.
Doorslaggevend is steeds de vraag of de betrokken dieren worden gehouden voor ‘gebruiks- of winstdoeleinden’, in een bedrijfsmatige context. Hieronder worden in ieder geval verstaan dieren die worden gehouden vanwege hun producten, of dieren die worden gehouden met het oog op de (op)fokkerij.
Dieren die uitsluitend in de privé-sfeer worden gehouden als gezelschapsdier vallen buiten de reikwijdte van het begrip ‘gebruiks- of winstdoeleinden gehouden dieren’. Dit zijn bijvoorbeeld het rijpaard van de dochter van de varkenshouder, alsmede dieren die worden getoond in
dierentuinen en parken en dieren die worden gehouden voor puur educatieve doeleinden, zoals dieren in kinderboerderijen. Of sprake is van ‘bedrijfsmatig’ of ‘hobbymatig’ vergt telkens een feitelijke beoordeling.

Berekening van productie
De productie van stikstof (N) wordt berekend aan de hand van onderstaande tabel:

Diercategorie

Kg N per dier

Pony’s van 6 maanden en ouder en een gewicht tot ca. 250 kg

17,4

Pony’s van 6 maanden en ouder en een gewicht van ca. 250 kg to ca. 450 kg

29,7

Paarden van 6 maanden en ouder en een gewicht tot ca. 250 kg tot ca. 450 kg

36,6

Paarden van 6 maanden en ouder en een gewicht zwaarder dan ca. 450 kg

47,6

 
Opmerking: gegevens volgens ontwerp-uitvoeringsregeling meststoffenwet
 
Voorbeelden:
1.       Er worden 8 volwassen paarden gehouden. De productie van N is dan: 8 x 47,6 = 380,8 kg N. Het bedrijf is dan verplicht een administratie te voeren, tenzij aangetoond kan worden dat het volstrekt hobbymatig gehouden dieren zijn.
2.       Er worden 18 shetlanders gehouden. De N-productie is 313 kg. Administratie is niet verplicht
3.       Er worden 10 paarden gehouden als handelsvoorraad. Administratie is verplicht
4.       Er worden gemiddeld 5 paarden op jaarbasis gehouden. Soms zijn er 4 paarden en soms 8 paarden aanwezig. Omdat de grens van 350 kg op geen enkel moment mag worden overschreden is de paardenhouder verplicht een administratie bij te houden, tenzij het volstrekt hobbymatig gehouden dieren zijn.
5.       Een veehouder heeft tevens 5 paarden. De totale productie van het vee is meer dan 350 kg N. De paarden worden volstrekt hobbymatig gehouden. De veehouder is verplicht een administratie bij te houden voor zijn vee, maar de paarden zijn uitgezonderd.
6.       Een paardenhouder houdt 4 paarden en 14 fokschapen. De N-productie bedraagt dan (4x 47,6) + (14x10,2) = 333,2 kg. Administratie is niet verplicht.


Wat houdt de administratie in?
De aard van de administratie (dus alleen bij bedrijfsmatige paardenhouderij) betreft:
1.       Aanmelden en registreren van het bedrijf bij Dienst Regelingen van Ministerie van LNV (alleen indien het bedrijf nog niet is geregistreerd)
2.       Er wordt een inzichtelijke administratie bijgehouden met betrekking tot:
a.       Perceelsregistratie bij LNV (wijzigingen in gebruik melden binnen 30 dagen)
b.       De teelt of voorgenomen teelt op 15 mei (en eventuele volgteelten). Dit is de normale GDI-aanvraag. Veelal is hier sprake van blijvend grasland.
c.       Het aantal aanwezig dieren per diercategorie (voor paarden 1e dag van de maand)
d.       Gegevens over aan- en afgevoerde meststoffen (zowel dierlijk als kunstmest)
e.       Capaciteit van opslagruimte dierlijke mest
f.         Voorraden mest (bij jaarwisseling)
g.       Najaarsaanwending van mest (tussen 15 september en 1 februari)


Hoe werkt de nieuwe mestwetgeving?
Bij bemesting van landbouwgrond mogen de gebruiksnormen van grond niet worden overschreden. Er zijn 3 normen, te weten N-dierlijk, N-totaal en fosfaat (P). Overschrijding van één van de normen leidt tot een boete (o.a.7 euro per kg N en 11 euro per kg P). Gezien de hoogte van deze boetes moet dat worden voorkomen middels een deskundige planning.
 
Voorbeeld: de gebruiksnorm voor N-dierlijk is 170 kg/ha. Indien de productie 2000 kg N bedraagt en het bedrijf heeft 10 hectare grond, dan moet er dus 300 kg N (2000-1700) worden afgevoerd middels dierlijke mest. Het niet afvoeren van deze mest zou kunnen leiden tot een boete van 2100,- euro.
 
De mest van hobbymatig gehouden paarden wordt niet meegeteld in de gebruiksnorm N-dierlijk, echter wel in de overige gebruiksnormen. De berekeningen van N-totaal en en fosfaat worden hier niet verder toegelicht. Om een hogere gebruiksnorm van N-dierlijk te verkrijgen (250 kg i.p.v. 170 kg) kan derogatie worden aangevraagd indien er meer dan 70% grasland aanwezig is. Dan moet het bedrijf voor 1 februari 2005 aan een aantal voorwaarden hebben voldaan (o.a. grondanalyse en bemestingsplan)
 

Op welke wijze moet mest worden afgevoerd?
In de praktijk zal paardenmest worden afgevoerd. Een vervoersbewijs en afleveringsbewijs zijn bijna altijd nodig, ook voor hobbymatig gehouden paarden. Mest moet tevens worden gewogen, bemonsterd en geanalyseerd. Hierop zijn enkele uitzonderingen, met de hierna volgende spelregels:

- Gewicht wordt bepaald op basis van volume en soortelijk gewicht
- Gehalten en fosfaat en stikstof kunnen volgens tabellen (forfaitair) worden bepaald
 
De uitzonderingen kunnen als volgt worden samengevat:
- Kleine bedrijven, zoals hiervoor beschreven (hobbymatig karakter)
- Bedrijven zonder berekend mestoverschot (of slechts beperkt) en de mest rechtstreeks wordt vervoerd naar een perceel binnen 10 km hemelsbreed gemeten.
- Afvoer van mest naar een tijdelijk uit gebruik gegeven perceel
- Afvoer naar particulieren (max. 20 kg P per afnemer en 250 kg P totaal)
- Afvoer ten behoeve van productie van substraat voor bijvoorbeeld champignons.
 

Wat kan Subli® voor u betekenen?
De aandeelhouders van Subli® beschikken over specialisten op gebied van bedrijfsontwikkeling etc. Via Subli® kunt u gebruik maken via deze kennis c.q. specialisten. De adviseurs zijn onder andere actief op het gebied van wet- en regelgeving, zoals milieuvergunningen, bestemmingsplannen en mestwetgeving. Zij nemen op deskundige wijze een aantal zorgen uit uw handen.

- Voor paardenhouderijen met bedrijfsmatige verplichtingen kan de Subli® specialist een gebruiksnormen-managementrapport opstellen. 
- Tevens kunnen zij u handvatten aanreiken om een goede administratie op te zetten.
- Door de deskundige advisering van onze Adviesdiensten Bedrijfsontwikkeling krijgt u de duidelijkheid over uw bedrijf. Voorkom boetes, kies voor zekerheid.


Wat behoort u zelf te doen?
Hierna staan een aantal actiepunten genoemd die voortkomen uit bovenstaande informatie.
 
- Controleer of uw paardenhouderij een bedrijfsmatig karakter heeft, waardoor uw bedrijf onder administratieve verplichtingen van de nieuwe mestwetgeving valt.
- Meldt uw bedrijf aan bij LNV-loket (zie onderstaand telefoonnummer) voor 1 februari 2006 (indien uw bedrijf nog niet is geregistreerd)
- Zorg voor een toereikende administratie (zie toelichting hiervoor). Mogelijk komen hiervoor nog standaardoverzichten beschikbaar.
- Bepaal op 1 januari de beginvoorraden van mest (en kunstmest) en op 31 december de eindvoorraden; de eindvoorraad is tevens beginvoorraad voor het volgende jaar; bepaal tevens de opslagcapaciteit van dierlijke mest (eenmalig; half jaar opslag is verplicht)
- Indien het voor u wenselijk is om meer dan 170 kg dierlijke stikstof op uw grasland te gebruiken, dient u voor 1 februari 2006 derogatie aan te vragen. Dit kan alleen onder voorwaarden, onder andere minimaal 70% grasland, grondmonsters en analyse (voor 1 februari 2006 en een bemestingsplan). Advies: onderneem nog actie in 2005.
- Maak tijdig (begin 2006) een prognose van uw bedrijfssituatie voor een goede planning. Dit kan met behulp van het gebruiksnormen-managementrapport van de Subli® aandeelhouders.
- Beoordeel of u mest moet afvoeren
- Beoordeel of uitzonderingsregels bij mestafvoer van toepassing zijn.
- Voer mest af op een erkende wijze, zoals hierboven is samengevat.
- Tenslotte zorgt u na afloop van het jaar voor een sluitende administratie met behulp van een gebruiksnormen-managementrapport.
 
Voor meer informatie kunt u ook contact opnemen met het LNV-loket, telefoon (0800) 22 333 22 (gratis). Of kijk op www.minlnv.nl/loket
 
 
Noot: dit info-bulletin is een samenvatting aan de hand van de voorlopige wetgeving en normen. Aan de informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Overname van deze samenvatting (of delen daarvan) is toegestaan met duidelijke vermelding van bron “Rijnvallei Adviesdienst Bedrijfsontwikkeling”.